Bomb? No Bomb?

De afgelopen weken is er onnoemelijk veel gebeurd. Van niet alles hebben we nu een uitgebreid verslag. Maar, hier toch een deel van de verhalen bij de gebeurtenissen van afgelopen weken.

Op 25 februari vertrekken we in de loop van de middag van Wadi Rum, Jordanië naar Aqaba, de havenstad in het zuiden van het land. We hebben twee opties: terug naar het dorp om vanuit daar over verharde wegen te rijden, zij het een heel eind om, óf, zoals de eigenaar van het kamp waar we verbleven vertelde, heel gemakkelijk binnendoor steken door de woestijn om vervolgens vrijwel rechtstreeks in Aqaba uit te komen. Floortje vindt het geen goed idee, maar Coen duwt een beetje zijn mening door: dat moet toch te doen zijn?! We hebben immers een 4×4. Dat viel uiteindelijk toch tegen: het zand maakt snel plaats voor wasbordwegen en de auto trilt aan alle kanten. Na ruim een uur komen we dan toch aan op verharde wegen: we rijden via een klein dorp naar de highway. Maar, voordat we de highway op kunnen draaien rijden we tegen een hek aan waar militairen patrouilleren. Ze dragen bivakmutsen en hebben flinke automatische wapens. Coen vraagt zich af of ze ons doorlaten, maar een glimlach en vriendelijke woordjes in het Arabisch zorgen ervoor dat we door mogen. De volgende keer toch maar de verharde weg nemen…

In Aqaba pompen we de banden op naar 3,5 bar (die waren afgelaten om de grip te vergroten in de woestijn), wisselen we nog wat geld om, halen we een pitabroodje falafel als avondeten en zetten we koers naar de haven. Daar aangekomen gaat het vrij eenvoudig: we moeten een exit fee betalen voor zowel onszelf als de auto, we moeten ongeveer $ 400 afrekenen voor de overtocht en we worden gesommeerd te wachten tot de boot geladen gaat worden. Na een poosje wachten is het onze beurt. Bij de boot aangekomen worden we toch weer teruggestuurd: eerst moeten de vrachtauto’s er op. Door onze nieuwe positie, vlak bij de boot, kunnen we het schouwspel van het laden van de veerboot goed observeren. We zien dat de vrachtauto’s de grootste moeite hebben om naar het bovendekse deel te komen: het heeft vandaag flink geonweerd en dat zorgt ervoor dat de rijbaan (van staal) naar boven spekglad is. Een klein legertje vrachtautochauffeurs staat hun collega’s daarbij te bekijken en joelen erbij alsof het een voetbalwedstrijd is. De vrachtauto’s rijden zover mogelijk naar achteren om een aanloop te kunnen maken, moeten eerst een oprijplaat op en proberen vervolgens de helling te nemen. Halverwege de helling beginnen de wielen te spinnen en moet er een tweede poging met meer vaart gemaakt worden. Één vrachtauto heeft vier pogingen nodig om uiteindelijk boven te komen, tot grote hilariteit van de aanwezige collega’s. Prima vermaak tijdens het wachten tot wij de boot op mogen. De boot vertrekt uiteindelijk rond 23.30u (helaas is er geen boot die overdag gaat). De reden dat we overigens per boot gaan, is om problemen te voorkomen bij het krijgen van een visum voor Sudan. Als we van Aqaba via Eilat in Israël naar Taba in Egypte zouden reizen, zouden we een entry stempel hebben van Egypte, komende uit Israël. In theorie zouden dan de Sudanese douaniers ons kunnen weigeren, omdat te achterhalen is dat we in Israël zijn geweest. Om diezelfde reden hebben we bij de grensovergang van Israël naar Jordanië gevraagd ons paspoort niet te stempelen bij binnenkomst, wat kon. Er is flink wat uitzoekwerk gedaan voor we weggingen……

Aangekomen in Nuweiba, tegen 2.30u in de ochtend, mogen we als eerste de boot af en worden we opgevangen door iemand van douane of politie, genaamd Hatim. Samen met een groepje andere Westerse backpackers gaan we (zij het een beetje amateuristisch) door de douane, krijgen we een visum en mogen we door. Maar, dan de auto nog. Allereerst komt er iemand op ons af die precies wil weten wat voor een auto het is en welke extra’s erop zitten: “heeft de auto ABS? Stuurbekrachtiging? Radio cassette? Etc etc” Hij kruist alles keurig aan op een papier wat vervolgens getekend moet worden. Daarna volgt de check op de inhoud van de auto. Twee mannen met pistolen in hun holster om de heup controleren uitvoerig de inhoud van de wagen. Ze willen weten wat we allemaal bij ons hebben. Tijdens het optrekken van lades en het rommelen door onze spullen stellen ze regelmatig de vraag: “Bomb?! No bomb?!”. Floortje glimlacht en zegt: “Of course not, we’re tourists!” Aandachtig bestuderen ze Coen’s lenzen van de spiegelreflexcamera en ons kookstel. Na een minuut of 25 a 30 hebben ze het wel gezien. Hoewel ze láng niet alles hebben bekeken geloven ze het. De eerste horde is genomen. Hatim geeft aan dat we de auto elders op het haventerrein mogen parkeren, vlak bij zijn kantoor. Hij geeft aan dat we beter kunnen gaan slapen in de auto of op de bankjes in de lobby van de haven, omdat vanaf 9u morgenochtend het proces pas verder kan gaan. Het is ongeveer 4.30u inmiddels en we zijn behoorlijk moe. We pakken onze kussens en slapen gebroken in de auto, tot een uurtje of 7.30u. Tegen achten lopen we naar het kantoortje van Hatim, die van ons Carnet de Passage (hier Triptec genoemd), paspoort, autopapieren en rijbewijs foto’s maakt en doorstuurt via WhatsApp naar de mensen van de automobielclub in Cairo. Dat gaat al een stuk sneller dan wat we op internet gelezen hadden over het communiceren met deze befaamde club! Deze automobielclub moet een stempeltje zetten op de goedkeuring, anders krijgen we geen toestemming het land in te komen. Vervolgens gaan we. naar elders op het terrein waar we de zaken moeten afhandelen. Bij het eerste loket aangekomen slaat de schrik om het hart: de douanier aldaar geeft aan dat we met ons in Duitsland gemaakte Carnet de Passages het land niet in kunnen: het moet toch echt een Nederlands Carnet zijn. De ANWB geeft echter al jaren geen CdP’s meer uit en laat dit doen door haar Duitse collega’s van de ADAC. Nadat de douanier in kwestie drie telefoontjes heeft gepleegd komt het verlossende woord: het kan tóch. De hierop volgende uren verstrijken door onder de hoede van Hatim 600 pond te betalen bij loket a, een kopje thee te drinken bij loket b, 1160 pond te betalen bij loket c, 400 pond te betalen en een stempeltje te laten halen in het dorp omdat het een 4×4 is, zelf je naam in te vullen op de computer omdat ze geen idee hebben waar niet-Arabische letters op het toetsenbord zitten, enzovoort. Ook krijgen we ons eigen Egyptische kenteken en kentekenbewijs, omdat het niet toegestaan is om met een Nederlands kenteken rond te rijden. Floortje heeft al die tijd in het kantoortje van Hatim gezeten, min of meer onder bewaking van zijn collega. De zaken moesten door Coen geregeld worden. Ons dossier bestaat inmiddels uit een flinke stapel briefjes en bonnetjes. Zonder een compleet dossier gaat het namelijk écht niet lukken verzekerd Hatim ons. En dan om 14.30u, na veel wachten en thee leuten, als de fax van de automobielclub uit Cairo er is, mogen we gaan! We bedanken Hatim hartelijk, steken hem een royale fooi toe en rijden de poort uit. Het voelt als een enorme opluchting: we hebben alle hordes genomen en mogen Afrika in om ons plan te kunnen waarmaken! Met een grijns van oor-tot-oor rijden we naar Sharm-el-Sheikh, in het zuiden de Sinaï.

Onderweg moeten regelmatig stoppen bij checkpoints. Hierbij wordt ons kentekenbewijs gecontroleerd en/of moeten we paspoorten laten zien. Vervolgens wordt aan de volgende contolepost doorgegeven dat er 2 mensen uit “Hollanda” aankomen. De posten zijn zwaar bewapend: er staan regelmatig pantservoertuigen en er zitten militairen of politiemensen met automatische wapens klaar om eventuele terroristen onder vuur te kunnen nemen. Het noorden van de Sinaï is namelijk een gebied waar terroristen zitten, die het land met enige regelmaat laten opschrikken met een bomaanslag en onder anderen in 2015 een Russisch vliegtuig neerhaalden in het noorden van de Sinaï. Dat men deze dreiging zeer serieus neemt, merken we als we bijna in Sharm-El-Sheikh zijn: vanaf de weg doemt een enorme muur op (zo ongeveer als in Israël) en om door dit laatste checkpoint te komen moet onze auto door een röntgenapparaat. Opnieuw mogen we door.

Sharm-El-Sheikh is vervolgens een compleet andere wereld: palmbomen, brede straten, netjes gemaaid gras, veel resorts, enzovoort. We voelen beiden meteen aan: dit is niet echt ons kopje thee. Omdat het tegen vieren loopt en we beiden behoorlijk moe zijn van het gebrek aan slaap, kiezen we voor het eerste resort uit een shortlist die we via booking.com hadden gevonden. Het heeft een zwembad en de kamers zijn schoon. Wat wil een mens nog meer. ’s Avonds, als we uit eten gaan, parkeren we de auto ergens op een willekeurige parkeerplaats. We vragen aan iemand die in de buurt een winkeltje heeft of het veilig is. Dat is het. Bij terugkomst valt het Coen meteen op dat de auto er anders uitziet. Verdraaid, hij is gewassen! Uit het niets komt er een knaapje op ons afgelopen die nog demonstratief een doek over de auto haalt. Of we even willen afrekenen. Natuurlijk, je vraagt er niet om maar hij moet er een behoorlijke kluif aan hebben gehad om de auto te wassen, die was namelijk behoorlijk vies van het rijden in Jordanië. We geven hem 40 pond en omdat hij nauwelijks tegensputtert denken we het juiste bedrag te hebben gegeven.

Van Sharm-El-Sheikh rijden in één dag naar Cairo. Opnieuw moeten we regelmatig stoppen bij checkpoints, ons telefoonnummer achterlaten, enzovoort. We krijgen op een gegeven moment ook escorte voor een kilometer of wat. We willen graag de Piramides van Gizeh bezoeken en we moeten ons Sudanese visum halen. Het verkeer in Cairo is een grote chaos. Van twee, drie kanten wordt je ingehaald waarbij iedere centimeter asfalt benut wordt. Wonderwel komen we zonder problemen aan.

In de ochtend van de volgende dag bezoeken we de piramides in Gizeh. Het zijn machtige bouwwerken die met enorme precisie gebouwd zijn. Door erosie en diefstal van materialen is de ‘huid’ van de piramides niet meer glad. Toch zie je dat ze perfect gebouwd zijn. De grootste is maarliefst 146 meter hoog. Ondanks dat het mooie bouwwerken zijn vinden we de plek minder mooi dan wat we in Petra hebben gezien: er ligt veel afval rondom de piramides en we worden constant benaderd of we niet op een paard of kameel willen rijden. Die gesprekken gaan ongeveer als volgt:

“You want to ride Camel?”

“No, thank you.”

“Where are you from?”

“Hollanda!”

“Allemachtig prachtig!” “I make special price, 50 pound!”

“No, thank you!”

“Okay maybe later. Have a good day”.

Ondanks dat ze opdringerig zijn proberen we zo vriendelijk mogelijk te blijven en krijgen dat voor ons gevoel (meestal) ook terug. Vaak is de laatste zin van de Egyptenaar in kwestie iets aardigs.

Uitzicht vanuit ons hotel
Piramides van Gizeh
Onderweg naar Luxor
Sudan visa in the pocket

Na Cairo rijden we door naar Luxor. Onderweg wil Coen graag dat de steun van het reservewiel gelast wordt, deze zit een beetje los. We stoppen langs de weg bij iemand die bezig is met staal. Na met gebaren duidelijk te hebben gemaakt dat we een lasapparaat zoeken, geeft hij aan dat hij die niet heeft. Maar, iemand anders die het gesprek meekreeg en erbij staat maakt duidelijk: volg mij, dan komen we bij degene uit die je zoekt. Na een stukje achter hem aangereden te hebben komen we inderdaad bij een man uit die een lasapparaat heeft staan. Coen sleutelt de steun van de auto los en de ophanging van het reservewiel wordt vakkundig door de man vastgebakken. Voor Floortje wordt, ondanks dat ze aangeeft dat het niet nodig is, een stoel bij de buren gehaald waar ze op mag plaatsnemen. Als alles weer vast zit vragen we hem wat hij ervoor wil hebben. Het antwoord luidt: “Niets”. Het is goed zo. De man die voor ons uitreed geeft aan dat hij toch écht wel wat moet aannemen. Hij vraag vervolgens om 30 pond (iets minder dan 2 euro omgerekend). Dat betalen we hem. De man die voor ons uitreed hoeft ook niets te hebben. Een beetje verbouwereerd nemen we het aan. De Egyptenaren die niet met toeristen werken zijn anders, niet belust op een “bakshees” (geld/fooi).

In Luxor besluiten we aan de westzijde van de Nijl een hotelletje te zoeken. We stuiten op een hotel dat door een Nederlandse dame met Egyptische man wordt gerund. Het is er heerlijk rustig en kalm, we hebben prachtig uitzicht over de Nijl. De volgende dag bezoeken we de Vallei van de Koningen, waar vele van de voormalige koningen van het oude Egypte liggen begraven. Het wemelt er van de (andere) toeristen. De berg zelf doet wat gewoontjes aan, maar zodra we voet zetten in de kamer die leidt naar de tombe van de betreffende koning, is er een weldaad aan historie te zien. Vele hiëroglyfen en tekeningen zijn in de muren uitgehakt en gekleurd. Het is werkelijk prachtig en bijzonder dat dit de tand des tijds heeft overleeft. We mogen niet in alle tombes: om alles zo goed mogelijk te preserveren zijn er bij toerbeurt tombes open. Helaas is het er zo druk, dat we voetje voor voetje als vee door de tombes worden geleid. De tijd nemen om goed te kijken is er niet echt bij… Vervolgens gaan we naar de tempel van Hatsjepsoet. Zij was zowel de eerste vrouw van farao Thoetmosis II als een farao van de 18e Dynastie van het Oude Egypte. De tempel is prachtig en zit opnieuw vol met redelijk goed bewaard gebleven hiëroglyfen. Maar hier geldt ook: we worden constant benaderd door allerhande Egyptenaren die graag iets aan ons willen slijten. In Aswan en Aboe Simbel, waar we als laatste in Egypte zijn, is het precies hetzelfde verhaal. Aboe Simbel is een archeologisch complex bestaande uit twee enorme uit de rotswanden uitgehakte Egyptische tempels in het zuiden van Egypte op de westelijke oever van het Nassermeer. De reden dat het uitgehakt is, is door de komst van het stuwmeer Nasser. In de jaren ’60 van de vorige eeuw, heeft men het tempelcomplex gered van de ondergang door het 60 meter hoger te verplaatsen. Bij Aboe Simbel krijgen we een gids: hij ratelt in hoog tempo zijn verhaaltje af zonder ons aan te kijken. Na afloop wordt duidelijk dat hij ook nog een fooitje verlangt. Prima. We willen hem een klein bedrag geven, maar hij weigert het omdat hij het te weinig vindt en loopt smadelijk lachend weg. Na ruim een week zijn we klaar met Egyptenaren. Het wordt tijd voor het volgende land.

Hiërogliefen in de Vallei van de koningen
Tempel van Hatsjepsoet
Aboe Simbel (4x Ramses II)
Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: